Photo credits:

Hulp bij CBR-maatregelen

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 10 maart 2026 bevestigd dat het CBR in deze zaak terecht een Educatieve Maatregel Drugs (EMD) heeft opgelegd. De kern is helder: als een proces-verbaal op ambtseed is opgemaakt, mag het CBR daar in beginsel op vertrouwen. Een bestuurder die alleen zegt dat de waarnemingen van de politie niet kloppen, komt daar meestal niet mee weg.

In deze zaak waren er volgens het proces-verbaal meerdere concrete aanwijzingen voor drugsgebruik in het verkeer. De bestuurder reed slingerend, had vergrote pupillen en bloeddoorlopen ogen. Daarna volgden een speekseltest en bloedonderzoek, waaruit bleek dat THC aanwezig was. Onder die omstandigheden mocht het CBR niet alleen handelen, maar was het op grond van de regeling zelfs gehouden om de EMD op te leggen. De Afdeling sluit daarmee aan bij haar vaste lijn dat het CBR mag uitgaan van een ambtsedig proces-verbaal, tenzij er serieuze en concrete aanknopingspunten zijn om daaraan te twijfelen.

Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel strandde. Dat de maatregel financiële gevolgen heeft, was hier niet genoeg. De Afdeling vond van belang dat een betalingsregeling mogelijk was en dat daarvan ook gebruik was gemaakt. Andere bijzondere omstandigheden die aanleiding gaven om van oplegging af te zien, waren er volgens de Afdeling niet.

Voor de praktijk is deze uitspraak relevant omdat zij opnieuw bevestigt dat het bestuursrechtelijke spoor bij het CBR een eigen logica heeft. Het gaat niet om de strafrechtelijke vraag of iemand “veroordeeld kan worden”, maar om de verkeersveiligheidsvraag of er voldoende aanknopingspunten zijn voor een vermoeden van ongeschiktheid. De Afdeling heeft dat in eerdere uitspraken ook al benadrukt: in CBR-zaken gelden andere bewijsregels dan in het strafrecht, en een strafrechtelijke uitkomst is niet automatisch doorslaggevend voor het bestuursrechtelijke traject.

De les is dus tamelijk onromantisch maar juridisch glashelder: wie in een CBR-procedure alleen volstaat met een blote ontkenning van politiebevindingen, staat meestal al met 1-0 achter. Zonder concreet tegenbewijs blijft het proces-verbaal in de regel gewoon staan en dan volgt de maatregel vaak bijna mechanisch.

Heeft u een brief van het CBR ontvangen over een Educatieve Maatregel Drugs (EMD), EMA of een onderzoek naar uw rijgeschiktheid? In veel gevallen is het mogelijk om bezwaar te maken tegen het besluit, maar dit moet wel op de juiste manier en met concrete argumenten gebeuren. D-Legal is gespecialiseerd in bestuursrechtelijke procedures en kan beoordelen of het proces-verbaal, de testresultaten of de opgelegde maatregel juridisch aan te vechten zijn. Neem vrijblijvend contact op via het contactformulier voor advies over uw zaak.

Bron: ABRvS, 10 maart 2026, ECLI:NL:RVS:2026:1468.

Published On: 16 maart 2026

Deel dit bericht!