Photo credits:

No cure no pay incasso tot €25.000 (procederen zonder risico)

Veel mensen durven niet te procederen vanwege de kosten
Veel mensen hebben een vordering, maar zien uiteindelijk af van procederen omdat de kosten te hoog zijn. In de praktijk blijkt dat een gerechtelijke procedure al snel honderden euro’s kost, en soms meer dan duizend euro wanneer griffierecht, deurwaarderskosten en juridische bijstand bij elkaar worden opgeteld. Dat maakt het voor veel schuldeisers een lastige afweging. Zeker wanneer het gaat om een vordering van bijvoorbeeld €1.500, €2.000 of €3.000 is het risico groot dat de kosten van een procedure niet opwegen tegen het bedrag dat moet worden geïnd. Daarbij komt dat een procedure nooit volledig zonder risico is. Zelfs wanneer een zaak wordt gewonnen, is het nog niet zeker dat de schuldenaar daadwerkelijk betaalt of dat er voldoende verhaalsmogelijkheden zijn.

In de praktijk zien wij dat veel schuldenaren hier gebruik van maken. Zolang er geen procedure wordt gestart, lopen zij weinig risico. Veel wanbetalers betalen pas wanneer er daadwerkelijk wordt gedagvaard. Schuldenaren rekenen er vaak op dat de schuldeiser niet gaat procederen omdat de kosten te hoog zijn. Juist daardoor blijven veel terechte vorderingen onbetaald. Daar komt bij dat in veel gevallen onnodig hoge kosten worden gemaakt. Bij de kantonrechter is een advocaat namelijk niet verplicht, maar toch worden er vaak advocaatkosten gemaakt alsof dat wel nodig is. Daarnaast moet vooraf griffierecht worden betaald aan de rechtbank en moeten kosten worden gemaakt voor het betekenen van de dagvaarding door een gerechtsdeurwaarder. Deze kosten moeten meestal worden voorgeschoten, terwijl vooraf niet vaststaat of de vordering daadwerkelijk kan worden geïnd.

Veel incassobureaus adverteren met no cure no pay, maar zodra er moet worden gedagvaard blijken er toch kosten te worden gerekend voor het opstellen van de dagvaarding. Juist op dat moment haken veel cliënten af en wordt de vordering alsnog opgegeven. Om die reden heeft D-Legal de afgelopen maanden gewerkt met een no cure no pay constructie voor incassozaken bij de kantonrechter. Deze constructie is bedoeld voor situaties waarin een vordering juridisch duidelijk is, maar waarin het risico van een procedure voor de schuldeiser te groot voelt. In dergelijke gevallen beoordelen wij eerst of de vordering juridisch klopt, of er voldoende bewijs aanwezig is en of de schuldenaar naar verwachting verhaal biedt. Alleen wanneer wij verwachten dat een vordering daadwerkelijk kan worden geïnd, wordt een zaak aangenomen. Niet elke zaak komt hiervoor in aanmerking, juist omdat het uitgangspunt is dat een procedure alleen wordt gestart wanneer deze ook zinvol is.

Wanneer een zaak geschikt is, kan deze op basis van no cure no pay worden behandeld. Dat betekent dat er geen juridische kosten vooraf in rekening worden gebracht. Pas wanneer de vordering daadwerkelijk wordt geïnd, wordt een percentage van het resultaat aan D-Legal betaald. In de praktijk komt het erop neer dat de cliënt 65 % van het geïnde bedrag ontvangt en D-Legal 35 %. Als een procedure nodig is, wordt de cliënt wel gevraagd om het griffierecht en de kosten van het betekenen van een dagvaarding te voldoen, omdat deze kosten rechtstreeks aan de rechtbank en de deurwaarder moeten worden betaald. Wanneer deze kosten later door de rechter worden toegewezen, komen zij weer ten goede aan de cliënt. Een eventuele proceskostenvergoeding voor salaris gemachtigde komt toe aan D-Legal. Op deze manier kan een procedure worden gestart zonder dat vooraf grote bedragen aan juridische kosten hoeven te worden betaald. Deze constructie maakt het mogelijk om ook vorderingen te innen die eerder waren opgegeven. Dat geldt bijvoorbeeld voor onbetaalde facturen, geldleningen, huurachterstanden, koopovereenkomsten of schadevorderingen. Vooral bij vorderingen tussen ongeveer €1.000 en €25.000 blijkt dat veel schuldeisers afzien van procederen omdat het financiële risico te groot lijkt. Juist in dat soort zaken kan een no cure no pay aanpak een oplossing bieden, omdat het grootste risico bij D-Legal ligt en niet bij de cliënt.

Voorbeeld: vordering van €3.000 via no cure no pay incasso
Om een goed beeld te geven hoe de no cure no pay constructie in de praktijk werkt, hieronder een voorbeeld van een procedure bij de kantonrechter met een vordering van €3.000. Wanneer een zaak wordt aangenomen, wordt eerst beoordeeld of de vordering juridisch klopt en of de schuldenaar naar verwachting verhaal biedt. Alleen wanneer een procedure zinvol lijkt, wordt de zaak opgestart. Als er moet worden gedagvaard, moet de cliënt wel de rechtbankkosten en deurwaarderskosten voorschieten, omdat deze rechtstreeks aan derden moeten worden betaald.

In dit voorbeeld:

Hoofdsom: €3.000
Griffierecht rechtbank: €265
Betekenen dagvaarding: ± €175
Totale kosten vooraf: €440

De procedure wordt vervolgens gevoerd bij de kantonrechter. Wanneer de rechter de vordering toewijst, wordt meestal ook een proceskostenvergoeding toegekend.

In een gemiddelde kantonzaak kan dat er als volgt uitzien:

Hoofdsom: €3.000
Griffierecht toegewezen: €265
Kosten dagvaarding toegewezen: €175
Salaris gemachtigde (proceskosten): ± €396
Totaal te betalen door debiteur: €3.836

Volgens de no cure no pay afspraak wordt dit bedrag als volgt verdeeld.

Stap 1  terugbetaling kosten cliënt

De cliënt ontvangt eerst terug:

Griffierecht: €265
Betekening dagvaarding: €175

Totaal terug naar cliënt: €440

Stap 2  verdeling hoofdsom

De hoofdsom van €3.000 wordt verdeeld:

65% cliënt = €1.950
35% D-Legal = €1.050

Stap 3  proceskostenvergoeding

Het salaris gemachtigde dat door de rechter wordt toegekend komt toe aan D-Legal:

Salaris gemachtigde: ± €396 → D-Legal

Eindresultaat
Cliënt ontvangt:

€1.950 (65% hoofdsom)
€440 (terugbetaling kosten)

Totaal voor cliënt: €2.390

D-Legal ontvangt:

€1.050 (35% hoofdsom)
€396 (proceskostenvergoeding)

Totaal voor D-Legal: €1.446

Heeft u zelf een vordering tussen €1.000 en €25.000 ?
Het uitgangspunt blijft wel dat niet iedere zaak geschikt is. Er wordt altijd eerst beoordeeld of de vordering juridisch voldoende duidelijk is en of de schuldenaar naar verwachting verhaal biedt. Wanneer dat niet het geval is, wordt geen procedure gestart. Het doel van deze werkwijze is juist om onnodige procedures te voorkomen en alleen zaken te behandelen waarbij een reële kans bestaat dat de vordering daadwerkelijk wordt geïnd.

Heeft u een vordering tussen ongeveer €1.000 en €25.000 en heeft u deze eerder laten rusten omdat procederen te duur leek, dan kan het zinvol zijn om de zaak opnieuw te laten beoordelen. In veel gevallen blijkt dat een procedure alsnog mogelijk is, juist wanneer deze op basis van no cure no pay kan worden gevoerd. Via het contactformulier op deze website kunt u uw zaak laten beoordelen. U kunt ook rechtstreeks een email sturen naar info@dlegal.nl. Daarbij kunt u direct stukken meesturen, zodat kan worden bekeken of uw vordering in aanmerking komt voor behandeling. U ontvangt vervolgens binnen uiterlijk twee dagen bericht of uw zaak geschikt is en welke mogelijkheden er zijn om de vordering alsnog te innen.

Published On: 27 maart 2026

Deel dit bericht!